Een week Brenta van hut naar hut.                    augustus 2001

  

Het is maandag morgen 27 aug Op de camping bij Lago di Tenno begint de temperatuur al lekker op te lopen. De tenten zijn echter aan de binnenzijde zeik nat. Dus voordat we die kunnen inpakken moeten we nog wel een paar uur wachten. Onderwijl worden alle benodigdheden voor de tocht in de rugzakken gedaan.

Ik twijfel of nu mijn steigijzers en pickel meeneem, uiteindelijk besluit ik die maar in de auto te laten.

Om half elf zijn we dan zover de alles is ingepakt en we rijden weg richting Molveno, waar we na ongeveer drie kwartier aankomen. Hier wordt een parkeerplaats gezocht waar we ons vehikel een week kunnen achterlaten. Het is druk in het dorp overal toeristen en geen parkeerplaatsje te vinden. Op advies van de VVV. wordt een plekje gevonden achter in het dorp op een parkeerterrein wat blijkbaar alleen door de lokale bevolking wordt gebruikt. Ik zet de auto op een vrij plekje onder een boom. Het kan niet mooier.

Ondertussen is het toch al 12 uur voordat we op pad gaan. Om de klim enigszins in te korten pakken we de lift van Molveno (900m) naar Rifugio Pradel (1367 m) een oud geval een waar we in een kooitje staan dat aan de kabel hangt.

Van hieruit begint dan onze hutten tocht echt. Met ons vieren mijn vrouw en twee zoons, Frits van 12 en Bram van 16 jaar en ik zelf richting Rif. Croz del Altissimo. (1500 m). Onderweg worden we gepasseerd door een paar mountain bikers, die zelfs een pad met traptreden af stuiteren. Bij de hut zitten veel wandelaars in het zonnetje. Ook wij gaan daar even zitten. Bram en Frits zijn al snel in de hut om een ansichtkaart te kopen met een hutten stempel. We drinken wat en bezoeken het toilet en vervolgen ons pad. Als we deze hut achter ons laten begint het pad echt omhoog te lopen. We bereiken snel Rif. Selvata (1630 m) hier wordt een cappuccino gedronken. Ook hier wordt door de twee een ansichtkaart gekocht. Een groepje dat net naar benden is gekomen, neemt hier ook een rust pauze. Ons doel voor de eerste dag Rif. Pedrotti op 2483 m. is van hieruit nog altijd, volgens de kaart, 2.30 uur verder. Nou dat werd dus 3.30uur.

Het is een behoorlijk steile klim naar de hut. Na vijf en een half uur en de pittige klim achter ons, komen we in de hut aan. We zetten onze rugzakken tegen de muur en melden ons aan in de hut. Hier worden we in een prima 4 pers. kamer ondergebracht.

's Avonds ga ik voor de hut, met mijn GPS, de positie van de hut controleren. Ik had vooraf van alle hutten de positie in de GPS gezet. Het is voor mij een experiment omdat ik voor het eerst met een GPS werk. Ik ben gewend aan het kompas en de hoogtemeter. Er bleek een verschil van ongeveer 80 m in te zitten. Ik vind dat toch verbluffend nauwkeurig. Ik zet de juist positie nu in de GPS. Thuis kan ik deze in de kaart corrigeren. Hiervoor heb ik de kaart van het Brenta gebied in z'n geheel gedigitaliseerd.

De volgende morgen om 6 uur uit de veren, ontbijt en wat broodjes voor onderweg klaarmaken, veldflessen vullen en wegwezen. Op naar de eerste Via Ferrata, de Bochette Centrali. Voor mijn vrouw en de beide zoons een nieuw avontuur in de bergen, de eerste Via Ferrata.

Nadat we achter de hut een sneeuwveldje zijn opgelopen komen we in de Bocca di Brenta een pas op 2540 m . Al vrij snel over deze pas heen komen we de eerste ladder tegen die ons de klettersteig invoert. De Sentierro dell Bocchette Centrali. We trekken onze tuigjes aan en haken de klettersteigset er in, uiteraard zetten we ook onze helm op. Dit is zeer zeker geen overbodige luxe zoals we later ervaren. Zo lopen en klimmen we om de bekende Campanilo Basso heen en genieten we van zowel het schitterende uitzicht en het mooie weer. We kijken naar de drie touwgroepen die de Campanilla beklimmen. In de hut vertelden ze ons dat de Cam. Basso tot nu toe ongeveer 15.000 maal is beklommen. Het is trouwens de hoogste vrijstaande peiler in de Dolomieten. We vervolgen onze weg langs de staaldraden en ladders. Het is een genot zo'n "wandeling", met zulk heerlijk weer, in zo een schitterende omgeving. We passeren enkele sneeuwveldjes. Bij één liep de staaldraad door de sneeuw heen. Door enkele treden te trappen in de sneeuw, was er genoeg houvast om over te steken. De Via Ferrata eindigde in de Bocca di Armi (2749 m). op onderstaande foto rechts aan de rand van de foto.Via een sneeuwveld naar de Rifugio Alimonta, een gezellige hut die echter wel hartstikke vol zat.

Gelukkig hadden we op advies van mensen in de Rif. Pedrotti wel gereserveerd. We sliepen in het matrassen lager dat we via de badkamer konden bereiken. Kruip door sluip door dus om in je bed te komen.

We waren al bij tijds in de hut dus 's middags met de twee jongens zijn we achter de hut wat gaan klimmen, rotsen genoeg om op te oefenen, hun energie is trouwens toch nooit op te krijgen. Voor Frits is dit de eerste keer dat hij kan abseilen, na enige twijfel in het begin, vindt hij dit prachtig. Na een overheerlijke maaltijd (omelet Rafaela, met spinazie en kaas) en een glas bier, bedtijd. Ondanks de luid stampende generator die vlak onder het slaapkamer raam staat vallen we vrijwel direct in slaap.

Om zes uur is het al weer volop bedrijvigheid in de hut. De badkamer, aan onze slaapruimte grenst, staat bom vol. We ruimen onze slaapplaatsen op en pakken de rugzakken in. Daarna even wassen en naar de ontbijt tafel.

Vandaag staat het vervolg van de Via Ferrata (de Sentiero dell Bocchette Alte)op het programma, dus weer vroeg op pad. Een klein stukje over het sneeuwveld waarover we gisteren zijn gekomen en we kunnen het pad inlopen dat naar de klettersteig lijdt. De route voert ons onderlangs de Cima Molveno. Dit is de huisberg van Ref. Alimonta Ook vandaag beginnen we met prima weer. In de loop van de ochtend beginnen er wel steeds meer wolken ons uitzicht te beperken, maar het is ook wel heel mooi als je die wolken zo tussen die hoge wanden door ziet schuiven. Op een lekker plekje in het zonnetje zijn we even neergestreken en hebben daar ons lunchpakket aangesproken. Al gauw laat de zon ons in de steek. We besluiten maar vlug op te breken en verder te gaan. Aan het begin van de middag zijn we op het hoogste punt van de dag, ruim 3000 m., aangekomen. Kort na onze pauze komen we bij een gleuf met sneeuw die we moeten oversteken. Alleen de staalkabel die hangt hier wel 3 meter hoog. Te hoog om de kletersteig set aan te haken. Oversteken zonder gebruik te maken van die kabel vindt ik, vanwege dit heel steile sneeuwveld niet verantwoord. Ik kies ervoor om zelf als eerste te over te steken. Ik laat mij zekeren door mijn zoon. Aan de overkant gekomen kan ik mij goed vastzetten en help zo de rest van de familie naar de overkant. Ik ben blij dat we het 40 m. touw toch maar hebben meegenomen. We zitten nu onder de top van de Cima Brenta op ruim 3000 m hoogte. Het weer wordt echt snel slechter. We hebben de rugzaken al aardig leeg gehaald. Truien en jassen zijn hard nodig als het begint te hagelen. Dit duurt gelukkig maar een drie kwartier. Maar al is het nu dan weer droog, er hangt een dikke mist. Wij staan nu voor het volgende sneeuwveld. Dus ook hier komt het touw weer te pas. Aangelijnd lopen we in de veronderstelde richting. Al snel komen we steenmannetjes tegen, dus we zijn op de goede weg. Als we een 100 meter lager komen begint de mist dunner te worden. We knopen ons uit het touw, dat loopt toch iets plezieriger. Ondertussen komt Bocca di Tuckett (2649 m) in zicht. Nog een stuk of vier ladders en een stuk langs de kabel en we zijn in de scharte. Een uurtje later zitten we in de Rifugio Tuckett.(2272 m).

Een vrij grote hut. We worden ondergebracht in het bijgebouw. In een zaaltje met stevig krakende stapelbedden moeten we hier de nacht doorbrengen. Wil zet allereerst alle ramen open om de bedompte lucht er uit te spuien. We maken onze bedden klaar, frissen ons wat op en gaan dan naar de hut terug. Vandaag eten weer eens iets dat we niet kennen. N.l. polenta met paddestoelen. Het was een goede keuze, heerlijk, werkelijk waar. Toch altijd spannend, iets bestellen dat je niet kent.

Donderdag ochtend en het giet water, vandaag hebben we niet zo'n lange tocht gepland. We willen naar Rif. Brentéi, een tocht die via sentiero SOSAT ongeveer 3 uur duurt. We besluiten het weer af te wachten en klaverjassen in de hut verder. We zijn niet alleen die deze gedachten hebben. De hut blijft de hele morgen aardig gevuld. We laten ons de koffie, met deze keer een apfelstrudel, goed smaken. Rond 11 uur wordt het droog en we gaan op pad. Niet over de Via Ferrata maar onderlangs, boven hangen nog wolken dus het zicht zou toch niet zo geweldig zijn. De wandeling naar Rif. Brentéi is heel mooi, waarbij opgemerkt moet worden dat langs het pad heel veel bloemen. Ongeveer een half uur voor de hut halen we een groepje van vier oude heertjes in, zeker allemaal 70+, druk wijzend laten ze iedereen die het maar zien wil de Stella Montanara zien. Bij ons beter bekend als Edelweiss. Ze staan er bij tientallen tussen het gras. Heerlijk dat je op z'n leeftijd nog in de bergen rond kunt lopen.

Of het door het mindere weer komt weet ik niet, maar het is in de Brentei hut erg stil. Het is trouwens een mooie hut met iets verderop een heel mooie kapel. In de kapel zijn een veertig tal herinnerings plaquettes aangebracht. Deze zijn voor mensen die ergens in de bergen zijn omgekomen. Niet alleen in de Brenta maar ook mensen die in de Himalaya zijn gebleven. Bij ons ontbijt de volgende morgen vraagt de hutten wirt wat onze plannen zijn. Als wij vertellen dat we naar de XI Apostelen hut willen gaan biedt hij ons aan om steigijzers van hem te lenen. Hij vindt het toch beter dat we die bij ons hebben. Helaas zijn ze niet op de schoenen pas te krijgen (maat 46). Dus we vertrekken toch zonder steigijzers. Kort achter de hut zien we een groep van wel 25 gemzen voor ons lopen. We volgen de Sentiero Martinazzi. Het pad gaat over in een puin veld waar geen pad meer te herkennen valt. Ook op de Vedretta del Camosci zijn de markeringen niet meer te vinden. Geen steenmannetje en geen stok. Ik bepaal mijn exacte positie m.b.v. kompas en hoogtemeter en ontdek dat we al eerder, via het puin veld, op de rotsen links van ons hadden moeten lopen.

We besluiten direct de rotsen op te klimmen. Het touw, slinges en karabiners komen uit de rugzak.

Na anderhalve touw lengte eenvoudig klimmen, komen we weer op de goede route. Gelukkig maar dat scheelt een heel eind treden trappen in het steeds steiler wordende sneeuwveld. Als we boven aan de rotsrug aankomen, zijn we al op de goede hoogte om over te steken naar de Bocca di Camosci (2784 m). Ondertussen is de bewolking aardig aan het wegtrekken alleen het waait nog behoorlijk. Dus een rustpauze in de scharte is er niet bij. Vlug door naar beneden. De Rifugio XII Apostoli is al in het zicht. Na een uur komen we daar dan ook aan. We worden uiterst vriendelijk ontvangen in de zo goed als nieuwe hut. Drie jaar geleden helemaal nieuw opgebouwd. De hut gerund door Ermanno Salvaterra en zijn vrouw, een enthousiaste gids en bergbeklimmer die al vele expedities op zijn naam heeft staan.

Waaronder tochten in de Himalaya en in de Andes. Hij nodigde ons vrijwel direct uit om gebruik te maken van de klimspullen uit zijn schuurtje en in de klettergarten bij hut te gaan klimmen. We krijgen een schetsje in de handen gedrukt met daarop de routes met de moeilijkheidsgraad, de lengte en de naam, zoals we die op de wand terug kunnen vinden.

Dus nadat we een kop soep genuttigd hadden ben ik met de twee boys naar de wand getogen. Ermanno had voor ons een touw, karabiners en een grigri klaargelegd. Ook konden we klimschoentjes gebruiken. In het schuurtje hingen zeker 25 paar in verschillende maten. Helaas niet in maat 46 en 47 dus zijn er alleen schoentjes voor Frits. Bram en ik gaan klimmen met onze bergschoenen

Bij elke route staat keurig op de wand geschilderd waar deze begint en wat de moeilijkheidsgraad is. Ze zijn voorzien van prima haken en een karabiner bovenaan. De kortste zijn 12 meter lang, de langste bijna 30 meter. Ik wou dat dit soort mooie wanden in een klimhal te vinden waren.

Ook is er een klein stukje Via Ferrata gemaakt. No. 5 op de foto. Wij beginnen in route 12 een 2+. Hiermee hebben we geen van drieën moeite. Dan wordt no. 11 een 3+ geprobeerd. Voor Bram en mij geen problemen maar voor Frits is dit knap lastig. Tenslotte route 5 , dit is een 3. Dit is een route die ook voor Frits goed te doen is. Als beloning mag hij abseilend naar beneden.

Bij terugkomst in de hut, aan het einde van de middag, komt Ermanno al snel naar ons toe. Hoe vonden jullie het? Was zijn eerste vraag. Het ging goed he, ja , ik heb af en toe met de kijker even gekeken. Hieruit blijkt hoe trots hij op zijn klimtuin is. Er zijn routes van 2 t.e.m. 7+.

's Avonds gaan wil en ik nog even naar de kapel. Deze is helemaal uit de bergwand gehakt. Ongeveer 8 meter diep en 6 meter hoog. Aan de buitenzijde heeft men een stuk rots in de vorm van een kruis laten staan. Je komt in deze kapel via een tunneltje. Dit moet een flinke klus geweest zijn.

In de kapel ook weer vele plaquettes van omgekomen bergsporters. Niet erg opbeurend. Maar ja in de Noordzee verdrinken er ook veel mensen.

Na het ontbijt de volgende morgen nemen hartelijk afscheid van Ermanno en zijn vrouw en gaan we onderweg . Via de Sentiero Castiglioni komen na ruim een uur in de Bocca di due Denti (2859 m). Van hieruit zien we de volgende hut al liggen Rifugio Silvio Agostini (2470 m). Het fel rode dak van de gloed nieuwe hut kunnen we niet over het hoofd zien. De oude hut is twee jaar geleden afgebrand waarna op dezelfde plek de nieuwe is opgebouwd. We dalen ruim 200 m via ladders af. Het is maar goed dat we de helm op hebben. In de steile rinne komen er toch wel wat steentje naar beneden gestuiterd. We moeten erg voorzichtig lopen, anders schoppen wij ook stenen los. Halverwege komt ons een groep van 12 personen ons tegemoet. We zoeken op de kleine randjes naar een plekje om elkaar te kunnen passeren. Onderaan de ladders staan ook al drie mensen klaar die omhoog willen komen. We zakken de laatste ladders af naar het sneeuwveld. Nu nog een stuk over het pad en we er. Om half elf zitten we dus ook in de hut aan een heerlijke kop cappuccino.

Het ondertussen prachtig weer geworden en we informeren hoe lang de tocht naar Molveno is. Volgends de hutten wirt ongeveer 4 a 5 uur. Dus voor ons goed te doen. Vanuit de hut lopen we het pad richting Rif. Pedrotti . Op het punt waar we de hut in het vizier krijgen gaan we rechts af richting Passo di Ceda (2223 m). en dalen af in Val di Ceda een schitterend pad dat weinig gebruikt wordt. De hele middag komen we hier niemand tegen, behalve de gemzen. Plots horen we een keiharde gil. Het bleek een murmeltier te zijn, die alarm maakt. We zien hem nog net onder een

rotsblok kruipen. Langs het pad een ware bloemenzee met ook hier weer honderden Edelweiss, Brunel, Gentiaantjes en niet te vergeten de Orchideeën.

De afdaling duurt echter wel iets langer dan door de huttenwirt aangegeven. Of dit komt door ons langzame tempo of door een te lage inschatting van de man laat ik maar in het midden. Het is in elk geval wel een aanslag op onze knieën. Een hoogte verschil van meer dan 2000m vandaag, daarvan moeten je knieën wel gaan knikken.

Ik neem mij in elk geval voor om volgend jaar een 2 paar telescoopstokken aan te schaffen, een paar voor Wil en een paar voor mij zelf.. Trouwens we moeten meer zaken kopen voor een volgende tocht. De schoenen van Wil zijn helemaal kapot de zolen zijn allebei los van de schoen. Ze zitten aan de voorkant nog vast aan de neus en in het midden net voor de hak. Maar wat wil je de schoenen zijn al zeker 15 jaar oud. Ze hebben hun diensten dan ook ruimschoots bewezen Om 5 uur komen we in Molveno aan. In ieder geval nog ruim op tijd om inkopen te doen. Morgen is het zondag en dan kun je geen brood kopen. Dus in de eerste de beste supermarkt worden de boodschappen ingeslagen en niet te vergeten een ijsje voor iedereen. Je mag tenslotte jezelf best een beetje belonen als je zo'n week kunt afsluiten zonder dat er een pleister o.i.d. aan te pas hoeft te komen. We stoppen onze rugzakken in de auto en rijden terug naar de camping waar we begonnen zijn, bij Lago de Tenno vlak bij Riva del Garda. Tot onze schrik is er dan op de camping geen plaats meer, helemaal vol is de boodschap. Gelukkig komt de man aan wie we maandag hadden betaald het kantoortje in lopen. Hij stuurt ons naar een plekje achter een caravan van mensen die een paar dagen weg waren. Zet hier vannacht je tentje maar neer. Morgen zien wel wel weer, dan komt er wel een plaatsje vrij. Een pak van ons hart. We hadden nu echt geen zin meer om naar een ander camping te zoeken.

Al we dan 's avonds voor onze tent zitten kunnen we terug kijken op een voor meer dan 100% geslaagd tocht. In een gebied dat veel indruk op ons gemaakt heeft. We zullen hier zeker naar terug keren. Verder heb ik het vermoeden dat de twee jongens ook voorgoed besmet zijn geraakt met het bergvirus. Er wordt al hardop gesproken om te gaan klimmen in een klimhal. Dan kunnen ze volgend jaar een echte route gaan klimmen. Ik kan ze geen ongelijk geven. Wat is er mooier dan een prachtige tocht van hut naar hut lopen, afgewisseld met een klimdag waarbij er een top gepakt wordt.

 

Abe Maaijen

abe@maaijen.nl

 

Onze tocht door de Sextner Dolomieten 2002